WAARDEVOL

Een dak wordt continue blootgesteld aan ultraviolet (UV) licht, slagregen en temperatuur- schommelingen. Deze variëren dagelijks en sterk per seizoen. Blootstelling aan waarden van +65º (zomerdag) -25º (winternacht) komen regelmatig voor. Het temperatuursverloop van dakbedekking onder een groendak is minder extreem en een meer regelmatig. Uit onderzoek is gebleken dat dakbedekking ongeveer drie keer langer meegaat als er een groendak is aangelegd.

Het groendak beschermt dus tegen blootstelling aan UV-licht, regen en temperatuurschommelingen., uiteraard. Afhankelijk van het type dak, dakopbouw en de lokatie van het gebouw kan dus een forse financiële besparing worden gerealiseerd.

VEILIGHEID

Is het dak sterk genoeg om de belasting te dragen? Dit geldt ook voor tijdelijke opslag van materialen op het dak en hulpmiddelen voor de installatie.

Kunnen losliggende materialen worden toegepast?

Hoe zijn de aansluitingen te realiseren met andere dakdelen, zoals dakranden , doorbrekingen, lichtkoepels? Is er gedacht aan vluchtroutes, valbescherming, etc. ?

INSPECTIE

Het aantal inspecties van het begroeide dak op jaarbasis is afhankelijk van:

  • daktype en de toegepaste materialen,
  • gebruik van het dak
  • bereikbaarheid van het dak.

De inspectie dient met name gericht te zijn op:

  • schade door vervuiling en wildgroei
  • functioneren naar en van de afvoeren (voorkomen van verstopping)
  • gebruik van het begroeide dak en de diverse zones
  • aansluitingen met andere dakonderdelen
  • conditie van de veiligheidsvoorzieningen

ONDERHOUD

Onderhoud verschilt per uitvoering van het type begroeide dak.

Onderhoud kan door de eigenaar worden uitgevoerd, dan wel worden uitbesteed aan een bouwwerk-begroener of gespecialiseerd hoveniersbedrijf.

VBB adviseert om bij installatie van een begroeide dak ook naar een onderhoudsplan te informeren.

Onderhoud aan de dakopbouw vraagt een andere frequentie dan voor de begroeiing.

Onderhoud aan de dakopbouw richt zich voornamelijk op het nemen van maatregelen ter voorkoming van lekkage, stagnerend water op het dak als ook naar belemmering van de waterafvoer en het naar behoren te functioneren van de veiligheidsvoorzieningen.

Onderhoud aan een begroeide dak richt zich naast inspectie van en onderhoud aan de dakopbouw ook op de waterhuishouding

Essentieel hierbij is voorkomen van verstopping van de waterafvoer (hemelwater).

Het aantal keren en het tijdstip van onderhoud dat aan de begroeiing dient te worden gepleegd is sterk afhankelijk van het type groen dak, aanwezige begroeiing alsook de ligging ervan.

WERKZAAMHEDEN t.b.v. ONDERHOUD

  • verwijderen van zwerfvuil en ongewenst afval
  • verwijderen van ongewenste begroeiing (onkruiden en zaailingen)
  • bemesting
  • aanvullen van verwijderde begroeiing
  • indien noodzakelijk opvulling van substraat
  • inkorten (snoeien) van gewassen, struiken en bomen
  • schoonhouden van bladvangers bij hemelwaterafvoer
  • schoonhouden van controleschachten bij hemelwaterafvoer

GEVELBEGROENING

Onder gevelbegroening, ook wel als gevelbegroeiing aangeduid, verstaat de VBB het type gevels en wanden die zijn ontworpen en uitgevoerd met begroeiing.

Er wordt gesproken van verticale tuin of groengevel wanneer vegetatie aan een muur of wand zowel binnen- als buitenshuis wordt toegepast.

Verticale tuinen zijn per definitie systemen, bestaande uit modules of panelen waarin beplanting wordt aangebracht, welke met een ophangsysteem bevestigd zijn aan de gevel

Verticale tuinen worden vaak in stedelijke gebieden gebruikt waar steeds minder ruimte voor groene voorzieningen is.

Verticale tuinen zijn niet alleen een mooie toepassing, maar kunnen ook dienen als isolatie (o.a. demping van geluid) en voor de filtering van de lucht van fijnstof.

KEUZE VOOR GEVELBEGROENING?

De keuze voor gevel begroening kenmerkt zich door:

  • Isolerende werking; gevelbegroening draagt bij aan energiebesparing en reductie van geluidsoverlast
  • Bescherming van gevel tegen zon (UV ) en regen
  • Opvang van regenwater waardoor hemelwaterafvoersystemen minder of vertraagd belast worden
  • Opname van CO2 en fijnstof
  • Esthetische waarde, groene gevelbegroening bevordert een rustgevende omgeving

ONTWERP

Een gevel wordt blootgesteld aan ultraviolet (UV) licht, slagregen en temperatuurschommelingen. Daarom is een gedegen kennis van begroeiing noodzakelijk om de gevelbegroening esthetisch tot zijn recht te laten komen.

Bevestiging aan de gevel vraagt om een goede onderconstructie, die bestand is het verzadigde gewicht van de begroeide gevel te “dragen”.

Voor de uitvoering kan bijvoorbeeld gekozen worden voor gekantelde bloembakken boven elkaar tegen een muur te plaatsen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van begroeiing die zowel over de bakken heen groeien als begroeiing die langs de gevel omhoog glimmen.

Door de stijgende populariteit van de begroeide gevels worden steeds meer systemen aangeboden.

Beginnend met beplanting tegen een houten raamwerk tot en met implementatie van systemen waarin de vooraf aangebrachte beplanting eventueel is voorzien van een computergestuurde bewatering en voeding.

Oriëntatie van de gevel kan van invloed zijn op het uiteindelijke ontwerp van de gevelbegroeiing; hierbij moet vooral rekening worden gehouden met de invloed van zon en neerslag.

Vergeet niet vooraf te informeren bij de lokale autoriteiten (brandweer…) wat betreft eisen (hoogte en type) voor de gevel begroening.

ONDERHOUD

Begroeide gevels en verticale tuinen vragen de nodige aandacht voor ontwerp en onderhoud. Het is belangrijk om geschikte begroeiing te kiezen. Zo kan niet elke beplanting in een bepaalde richting worden gebruikt. Daarnaast is ook de gebruikte aarde (substraat) belangrijk. Wanneer men de beplanting rechtstreeks tegen de gevel plaatst heeft dat andere beplanting nodig dan wanneer men de beplanting in speciale houders plaatst. Ook de dikte van de ondergrond is afhankelijk van de keuze voor de beplanting en heeft gevolgen voor het onderhoud

Onderhoud bestaat voornamelijk uit bemesting, geleiding van de plantvorm en snoeien

Gebleken is dat tijdens de lokale groeiomstandigheden tijdens vorst of langdurige schaduw perioden per gevel kunnen verschillen en daardoor extra aandacht verdienen.


THERMISCH ISOLEREN

Onder het thermisch isoleren wordt verstaan het beperken van de warmte- en energieverliezen door de gebouwschil.

KEUZE VOOR ISOLATIE?

Thermische isolatie

Op een plat dak kan de toegepaste vegetatie een bijdrage leveren aan de thermische isolatie. De bijdrage aan de warmteweerstand is in vergelijking tot de thermische isolatie echter zeer gering. Om aan de wettelijk gestelde eisen (EPC-waarde) en eventuele lokale wetgeving bij een renovatie te voldoen zal het toepassen van een thermische isolatie noodzakelijk zijn.

De onderstaande tabellen geven een overzicht van de combinatie mogelijkheden van de te gebruiken materialen bij begroeide daken, met de daarbij behorende thermische eigenschappen van de isolatiematerialen.

Type dakbegroening Beplanting Substraat dikte R-waarde (substraat + onderbouw)
Extensief mos-sedum

sedum

sedum-kruiden

siergras-kruiden

van 35 mm

tot ~150 mm

35 mm opbouw
R=0,06 m²K/W150 mm opbouw
R=0,25 m²K/W

Tabel1 R-waarde dakmaterialen bij begroeide daken

Begroeid dak

type

Isolatie toepassing Isolatie type λD ([1]) indicatie voor

R-waarde

(per 100mm plaatdikte)

Extensief

begroeide dak

Warm-dak EPS hardschuim 0.037 W/mK 2,75 m²K/W
PUR hardschuim 0,028 W/mK 3,57 m²K/W
PIR hardschuim 0,023 W/mK 4,35 m²K/W
Steenwol 0,040 W/mK 2,50 m²K/W
Omgekeerd dak XPS ([2]) hardschuim 0,029 W/mK 3,50 m²K/W
0,035 W/mK 2,85 m²K/W

Tabel 2 R-waarde isolatiematerialen bij begroeide daken

Keuze van thermische isolatie

De keuze van thermische isolatie wordt mede bepaalt door:

Eisen gesteld aan warmteverliezen van het gebouw (EPC) resp. warmte weerstand (Rc-waarde)

Functionaliteit van het begroeide dak begaanbaar/gebruiksdak)

Beschikbare hoogte van de totale opbouw

Geschiktheid en kwaliteit van de onderconstructie

Uitvoering in nieuwbouw of renovatie

ONTWERP

Extensieve begroeide daken uitgevoerd met de specifieke lichtgewicht systemen, zoals mos-sedum beplanting, worden geïsoleerd met steenwol, gecacheerd PUR/PIR hardschuin en gecacheerd EPS hardschuim als traditioneel warm-dak of met XPS hardschuim in de uitvoering van een omgekeerd dak.

Bij elk type opbouw is een compartimentering van de thermische isolatie en het volledig kleven van de dampremmende laag op de dakvloer sterk aan te bevelen. Eventuele lekkages zijn hierdoor eenvoudig te traceren en de opgetreden schade zal daarbij beperkt blijven.

Warmdak

Een warm dak is een dak waarbij zich tussen thermische isolatie en waterkerende laag geen op de buitenlucht geventileerde spouw bevindt en de isolatie is aangebracht aan de buitenzijde van de onderconstructie. In het algemeen wordt aanbevolen in het warm dak een dampremmende laag op te nemen tussen de onderconstructie en de thermische isolatie.

Omgekeerde dak (Omkeerdak)

Het omkeerdak is een bijzondere vorm van het warm dak, met het verschil dat de thermische isolatie zich bevindt op de waterdichte laag in plaats van er onder.

De dakbedekking combineert de waterdichte functie met de dampremmende functie. Een belangrijke voorwaarde om inwendige condensatie te vermijden, is de opbouw op de isolatie dampopen uit te voeren.

Op die manier kan met het omkeerdak een bouwfysisch veilige en duurzaam betrouwbare constructie worden verkregen voor vegetatie- en tuindaken.

TERMINOLOGIE

Veel voorkomende termen voor het thermisch geïsoleerde extensieve begroeide dak:

  • Isolatie waarde – Lambda waarde – λ-waarde
  • Warmte weerstand – R-waarde – Rc-waarde

KEUZE VOOR ISOLATIE?

Thermische isolatie

Op een plat dak kan de toegepaste vegetatie een bijdrage leveren aan de thermische isolatie. De bijdrage aan de warmteweerstand is in vergelijking tot de thermische isolatie echter zeer gering. Om aan de wettelijk gestelde eisen (EPC-waarde) en eventuele lokale wetgeving bij een renovatie te voldoen zal het toepassen van een thermische isolatie noodzakelijk zijn.

De onderstaande tabellen geven een overzicht van de combinatie mogelijkheden van de te gebruiken materialen bij begroeide daken, alsmede van de gewichten per opbouw en de thermische eigenschappen van de isolatiematerialen.

Type dakbegroening Beplanting Opbouwhoogte R-waarde

(substraat + onderbouw)

Intensief bodembedekkers

gazons

lage heesters

hoge heesters en bomen

van 150 mm

tot ~1000 mm

150 mm opbouw
R=0,08 m²K/W1000 mm opbouw
R=0,50 m²K/W

Tabel1 R-waarde dakmaterialen bij begroeide daken

Begroeid dak

type

Isolatie

toepassing

Isolatie type λD ([3]) indicatie voor

R-waarde

(per 100mm plaatdikte)

Intensieve begroening (tuindak) – eventueel in combinatie met berijdbaarheid (gebruiksdak) Warm-dak Cellulair glas 0,042 W/mK 2,38 m²K/W
Omgekeerd dak XPS [4] hardschuim 0,029 W/mK 3,79 m²K/W
0,035 W/mK 2,75 m²K/W

Tabel 2 R-waarde isolatiematerialen bij begroeide daken

Keuze van thermische isolatie

De keuze van thermische isolatie richt wordt mede bepaalt door:

Eisen gesteld aan warmteverliezen van het gebouw (EPC) resp. warmte weerstand (Rc-waarde)

Functionaliteit van het begroeide dak als begaanbaar/gebruiksdak

Geschiktheid en kwaliteit van de onderconstructie

Uitvoering in nieuwbouw of renovatie

ONTWERP

Intensief begroeide daken kenmerken zich als zwaarder uitgevoerde daken (tuindaken en gebruiksdaken) met hogere belastingen dan bij extensief uitgevoerde daken. Hierdoor komen enkel geëxtrudeerd polystyreen (XPS hardschuim) en cellulair glas als thermische isolatie in aanmerking. Doordat veel partijen tot de voltooiing van de opbouw het dak als werkvloer gebruiken is de waterdichte laag tijdens de bouwfase zeer kwetsbaar. Volledige verkleving van de dakbedekking en compartimentering is dus gewenst (vergemakkelijkt eventuele opsporing van lekkages).

Bij toepassing van het omgekeerde dak zorgt het XPS hardschuim van de dakisolatie zorgt voor de benodigde bescherming tegen mechanische beschadigingen tijdens de bouwfase en gedurende de totale levensduur van de opbouw.

Warmdak

Een warm dak is een dak waarbij zich tussen thermische isolatie en waterkerende laag geen op de buitenlucht geventileerde spouw bevindt en de isolatie is aangebracht aan de buitenzijde van de onderconstructie. In het algemeen wordt aanbevolen in het warm dak een dampremmende laag op te nemen tussen de onderconstructie en de thermische isolatie. Door de hoge dampremmende waarde van cellulair glas is geen dampremmende laag vereist.

Omgekeerde dak (Omkeerdak)

Het omkeerdak is een bijzondere vorm van het warm dak, met het verschil dat de thermische isolatie zich bevindt op de waterdichte laag in plaats van er onder.

De dakbedekking combineert de waterdichte functie met de dampremmende functie. Een belangrijke voorwaarde om inwendige condensatie te vermijden, is de opbouw op de isolatie dampopen uit te voeren.

Op die manier kan met het omkeerdak een bouwfysisch veilige en duurzaam betrouwbare constructie worden verkregen voor vegetatie- en tuindaken.


DRAINAGE

Onder drainage van begroeide daken wordt verstaan het gecontroleerd afvoeren van het hemelwater in de opbouw van een begroeid dak.

Een drainage kenmerkt zich door aanwezigheid van:

  • Filterlaag
  • Waterafvoerende laag

of

  • Drainage systeem

Of door een combinatie van individuele producten, welke dan als systeem (drainagebaan) worden aangeboden.

Filterlaag

De filterlaag voorkomt dat fijnere substraatdeeltjes uit de vegetatielaag in de waterafvoerende laag terechtkomen, waardoor een goede waterafvoer gewaarborgd blijft.

De filterlaag bestaat uit een geotextiel De eisen zijn afhankelijk van de opbouw.

Voor vereiste eigenschappen wordt verwezen naar NEN-EN 13252 (Geotextiel en aan geotextiel verwante producten – Vereiste eigenschappen voor toepassing in drainagesystemen)

Waterafvoerende laag

Samen met de filterlaag vormt de waterafvoerende laag de drainagelaag. De waterafvoerende laag neemt op grond van het volume aan holle ruimten het overtollig water op uit de opbouw van de dakbegroening en voert dit af naar een vastgesteld dakgedeelte en/of de dakafvoeren.

De waterafvoerende laag voorkomt de verzadiging van water in de vegetatiedragende laag en beschermt het dakbedekkingsysteem tegen de opbouw van waterdruk.

De waterafvoerende laag dient zowel een goede verticale waterdoorlatendheid te hebben, als een hoog horizontaal waterafvoerend vermogen en een goede kruipweerstand bij langdurige belasting (50 jaar).

Drainagebaan (drainagesysteem)

In een drainagebaan worden de individuele lagen (filterlaag waterafvoerende laag, scheidingslaag, …) gecombineerd en als systeem aangeboden.

WATERBUFFERING en DRAINAGE

Met de keuze van substraat kan een deel van het water worden vastgehouden. Hierdoor wordt de vegetatie voorzien van water wat belangrijk is gedurende lange periodes van droogte en warmte.

Het doel van de drainagelaag is primair om overtollig water af te voeren, maar kan ook dienen als waterbuffering.

Een drainagelaag heeft een maximale watercapaciteit en wanneer deze capaciteit overschreden wordt, zal overtollig neerslagwater direct worden afgevoerd.

De watercapaciteit van de drainagelaag hangt af van het gebruikte materiaal en de dimensies ervan en blijft nagenoeg constant.

Eventueel niet afgevoerd neerslagwater in de drainagelaag verdampt via de vegetatielaag waarbij wind en warmte een rol van betekenis spelen.

De vegetatie haalt met de wortels het water (vocht) uit het substraat en eventueel uit de drainagelaag.

DRAINAGELAAG IN HET ONTWERP

T.p.v. langdurige schaduwrijke plekken is verzadiging van substraat als gevolg van overvloedige neerslag en beperkte verdamping niet altijd te voorkomen. Er dient voorkomen te worden dat plassen (water, sneeuw, ijsvorming) of verzadigd substraat een nadelige invloed uit oefenen op de energieprestatie. Dit vraagt om specifieke maatregelen (bv. afschot)of oplossingen van een specialist in dergelijke situaties.

Warmdak

Bij een warm dak wordt de dakbedekking bovenop de thermische isolatie aangebracht. De dampremmende laag bevindt zich tussen de onderconstructie en de thermische isolatie. Inwendige condensatie wordt voorkomen door een zorgvuldig aangebrachte dampremmende laag.

Omgekeerde dak (Omkeerdak)

Bij een omkeerdak wordt ligt de dakbedekking onder de thermische isolatie.

De dakbedekking combineert de waterdichte functie met de dampremmende functie. Inwendige condensatie wordt voorkomen door de opbouw op de isolatie dampopen uit te voeren. Naast afschot wordt een drainagelaag resp. drainagesysteem geadviseerd:

  • een waterdampdoorlatend filtervlies (max. 140 g/m²)
  • drainage laag
  • dampopen scheidingslaag (eventueel waterkerend) als onderlaag.

OP deze wijze wordt het omkeerdak een bouwfysisch veilige en duurzaam betrouwbare constructie voor vegetatie- en tuindaken.


VEGETATIEVRIJE ZONE of NIET VEGETATIEZONE

Onder de ‘vegetatievrije zone’ of ‘vegetatievrije zone’ van het begroeide dak wordt verstaan dat gedeelte van het begroeide dak waar bewust geen substraat of begroeiing is ontworpen of voorzien.

De ‘vegetatievrije zone’ is vooral ontworpen om bij te dragen aan de begaanbaarheid op en/of bereikbaarheid van obstakels in het begroeide dak.

Een ‘vegetatievrije zone’ kan ook worden ontworpen om bij te dragen aan de:

  • waterafvoer
  • windbelasting (zuigkracht)
  • veiligheid – voorkomen van brandoverslag

Een combinatie is mogelijk:

  • langs de dakrand: Combineert waterafvoer (drainage) en windbelasting
  • langs de compartimentering: Combineert waterafvoer (drainage) en brandoverslag

Waterafvoer

Het ontwerp van de ‘vegetatievrije zone’ langs de dakrand wordt in veel gevallen benut als, transportkanaal naar de hemelwaterafvoer (afvoer van het water uit het drainagesysteem).

Windbelasting

Naar gelang de ligging, afmeting en hoogte van een gebouw treden windkrachten op. Bij het ontwerpen van een dakbedekkingconstructie is het dus van belang altijd rekening te houden met de druk en de zuiging van de wind. De windkrachten zijn het grootst in de kim van de dakranden en rond obstakels en opgaand werk.

Stormschade begint meestal in de kim omdat daar de zuigkracht van de wind het grootst is. Voor gebouwen die bloot staan aan extreem hoge windsnelheden (de kuststroken, de kop van Noord-Holland en Waddengebied alsook vlakke delen in de polders). dient in het bijzonder aandacht te worden gegeven aan de dakbedekkingconstructie.

Losliggende dakbedekking, niet of beperkt belaste gedeelten van het dak zoals vegetatievrije zones van een (begroeid) dak kunnen onvoldoende weerstand bieden. Hier zijn dus extra maatregelen noodzakelijk.

De keuze is een ballastlaag bestaande uit grof grind resp. bestrating (betontegels, …), of mechanische bevestiging.

Veiligheid

Uitgaande van een bouwwerk dat reeds voldoet aan de eisen van het Bouwbesluit biedt de ‘vegetatievrije zone’ de volgende EXTRA’s:

  • voldoende afstand te brengen naar obstakels (lichtkoepels, …) opgaande constructies (muren, …)
  • bescherming te bieden aan de onderconstructie
  • scheiden van dakvlakken (compartimentering)
  • bereikbaarheid en stabiliteit voor personen
  • realiseren van een vluchtweg

ONTWERP

Ontwerp van de ‘vegetatievrije zone’ vraagt aandacht bij grote oppervlakken (>500m2), hoge gebouwen (>10m) en zware belastingen (dakinrichtingen en verkeersbelasting). Keuze van materialen en zorgvuldige uitvoering dragen in hoge mate bij aan de functionaliteit en duurzaamheid van het begroeide dak.

De dakconstructie (onderbouw – isolatie) dient voldoende sterk te zijn om de belastingen van de ‘vegetatievrije zone’ te dragen.

PRAKTIJKERVARINGEN

Praktijkervaringen met begroeide daken hebben aangetoond geen gevaar zijn voor de omgeving gedurende omstandigheden van extreme wind en brand.

Wanneer het toepassen van een ‘vegetatievrije’ zone (bv. grindstrook of tegels) langs de randen van het bouwwerk wordt uitgelegd als aandeel in bestrijding van de brand (uitbreiding/voortplanting) en/of ter voorkoming van winddrukvereffening moet er worden voldaan aan de geldende nationale en lokale voorschriften.

ONDERHOUD

VBB adviseert om naar een onderhoudsplan te informeren. Ook vegetatievrije zones vragen aandacht voor de waterhuishouding (voorkom verstopping van de waterafvoer) Een jaarlijkse controle is aan te bevelen.

TERMINOLOGIE

Veel voorkomende termen voor het thermisch geïsoleerde extensieve begroeide dak:

  • Vegetatievrije zone – gebied van het begroeide dak waar geen begroeiing is voorzien
  • Waterafvoer – afvoer van hemelwater
  • Windbelasting – druk- en zuigkracht op het dakvlak als gevolg van wind (stuwdruk) op het gebouw
  • Brandoverslag –overbrengen van brand van het ene gebied (dakvlak) naar het andere gebied (dakvlak)

VALBEVEILIGING – PLATTE DAKEN

Vallen is extra riskant bij werkzaamheden op 2,50 meter of hoger. Dat is dan ook de grens voor het verplicht gebruik van een zogenoemde ‘valbeveiliging’. Vanaf deze hoogte gelden Europese richtlijnen, die aangeven dat ladders voor deze hoogte niet meer gebruikt mogen worden. Daarnaast worden persoonlijke beschermingsmiddelen noodzaak, indien collectieve voorzieningen voor valbeveiliging niet of onvoldoende aanwezig zijn.

Veel valpartijen ontstaan doordat afval is blijven liggen, gereedschap rondslingert of materialen ‘even’ in de looproute zijn opgeslagen. Voor risico’s bij vallen blijken opruimen van materialen en aandacht voor deze risico’s het belangrijkste preventiemiddel. Dit behoort dan ook een onderdeel te zijn van werkinstructies en veiligheidsplannen. Een goede valbeveiliging voorkomt de volgende risico’s:

  • vallen van hoogte
  • abrupt breken van de val (klap)
  • afknelling door vallijn

WET- EN REGELGEVING

Er zijn verschillende wetten en richtlijnen opgesteld rondom het gebruik en onderhoud van een valbeveiliging.

Verantwoordelijkheid voor de werkgever: Arbobesluit artikel 3.16

De werkgever moet de nodige maatregelen treffen voor werken op hoogte, zoals ladders, steigers en trappen. Bij werk op een hoogte van minder dan 2,50 meter is valbeveiliging ook verplicht wanneer er sprake van een verhoogd valrisico is (werken boven water, op verkeerswegen, nabij uitstekende delen.

De werkgever moet noodzakelijke persoonlijke beschermingsmiddelen gratis beschikbaar stellen en zorgen voor goede voorlichting over het gebruik en onderhoud ervan.

Aan persoonlijke beschermingsmiddelen( bv harnasgordel) tegen valgevaar worden hoge eisen gesteld. Deze middelen moeten voorzien zijn van een door de EG erkend kwaliteitsborgingssysteem.

Als de Inspectie SZW constateert dat persoonlijke beschermingsmiddelen niet worden gebruikt, dan kan behalve de werkgever ook de werknemer in overtreding zijn.

De werkgever kan de verplichting om persoonlijke beschermingsmiddelen te gebruiken vastleggen in de arbeidsovereenkomst of in de huisregels.

Verantwoordelijkheid van de gebouweigenaar: Artikel 174, Boek 6 Burgerlijk Wetboek.

Indien zich op een gebouw een permanent valbeveiligingssysteem bevindt of wordt aangebracht, is de gebouweigenaar verantwoordelijk voor het goed functioneren hiervan.

Bij veel valbeveiligingssystemen bestaat een garantieregeling, mits het systeem periodiek wordt geïnspecteerd door een bevoegd persoon. Voor veel systemen is een dergelijke periodieke inspectie zelfs verplicht. De verantwoordelijkheid voor het systeem wordt hiermee voor een groot deel verlegd naar de leverancier / producent.

Het is voor de gebouweigenaar belangrijk om zich te realiseren dat hij, in het geval van een niet onderhouden veiligheidsvoorziening, direct de hoofdverantwoordelijke is voor ongeval veroorzaakt door een falend valbeveiligingssysteem. Hij zal dan zelf aan moeten tonen dat de verantwoordelijkheid niet bij hemzelf ligt, maar bij (bijvoorbeeld) de installateur of producent.

VOORZIENINGEN

Collectieve voorzieningen

Als er op hoogte gewerkt moet worden, zijn de volgende collectieve voorzieningen van beveiliging mogelijk:

  • Permanente aanpassingen door het plaatsen van vaste balustrades of leuningen
  • Het plaatsen en gebruik van vaste trappen i.p.v. ladders of steigers
  • Tijdelijke voorzieningen, zoals steigers of verplaatsbare dakrandbeveiliging hebben als doel het valgevaar als risico tijdens nieuwbouw,renovatie of onderhoud te verminderen.

Wanneer collectieve voorzieningen niet mogelijk blijken, dan kunnen er ook persoonlijke beschermingsmiddelen worden ingezet om het valgevaar tijdens het werken op hoogte, (en in het bijzonder op platte daken) te beperken. Deze dienen altijd als aanvulling op collectieve beveiliging, zoals leuningen, steigers, en vangnetten.

De werksituatie bepaalt welke valbescherming de voorkeur verdient.

  • een vast en stevig bevestigingspunt voor de beveiligingskabel
  • een harnas dat de medewerker via een kabel verbindt met het bevestigingspunt
  • een valstop apparaat of valdemper

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Voorbeelden van persoonlijke beschermingsmiddelen:

  • Valbeveiligingssysteem: Samen met de in het valbeveiligingssysteem opgenomen harnasgordel en valdemper is de gebruiker niet alleen beschermd tegen een val, maar ook tijdens de val en daarna. Door het juist kiezen van het bevestigingspunt moet de valafstand wel zo klein mogelijk worden gehouden.
  • Vallijn: sluit een val volledig uit, omdat de persoon niet bij de rand kan komen,
  • Valstop: zorgt ervoor dat de persoon niet tot aan de grond kan vallen.
  • Harnasgordel: Onderdeel van het valbeveiligingssysteem

Wie een harnasgordel gebruikt, moet precies weten hoe het systeem werkt en hoe te handelen in geval van nood. Daarom is het verplicht medewerkers te trainen in het gebruik.

TIPS

Er zijn voldoende mogelijkheden om de risico´s van valgevaar te beperken.

Werkgevers en werknemers kunnen daar zelf ook aan bijdragen:

  • laat werknemers zoveel mogelijk vanaf een veilige plek (steiger of bordes) werken
  • zorg dat in het bouwontwerp al structurele valbeveiligingen worden opgenomen
  • respecteer leuningen en hekkenen scherm vloer- en wandopeningen af
  • ruim de werkplek voortdurend op om de kans op struikelen, uitglijden of verstappen te voorkomen
  • gebruik alleen een goedgekeurde valbeveiliging (-systeem) na instructie en praktijk oefening

NIET ONBELANGRIJK …

Redding moet direct mogelijk zijn, wanneer iemand gevallen is. Daarvoor dienen medewerkers de juiste trainingen te hebben gehad om spoedeisende hulpverlening te kunnen bieden.

De wetgeving, nationale en lokale eisen en voorschriften voor veiligheid op hoogte worden regelmatig aangepast. Controleer deze


HET BEGROEIDE DAK EN HET BOUWBESLUIT

Onder het begroeide dak wordt verstaan:

Verzamelnaam voor platte- en hellende daken uitgevoerd met begroeiing, eventueel in combinatie met verharding

De uitvoering met begroeiing kan bestaan uit een opbouw van diverse individuele lagen.

In dit document wordt dit aangeduid als “begroeide dakopbouw”.

In beide gevallen mag kan het worden toegepast als onderdeel van een “Bouwwerk als bedoeld in het Bouwbesluit”.

De term “Begroeid dak” en “Begroeide dakopbouw” wordt door het Bouwbesluit NIET genoemd.

De term “Bouwwerk” wordt door het Bouwbesluit NIET omschreven.

Onder “Bouwwerk als bedoeld in het Bouwbesluit” wordt in deze publicatie verstaan het gebouw en/of de constructie waarop het begroeide dak wordt resp. is aangebracht. Dit geldt zowel voor nieuw te bouwen als bestaande gebouwen.

BOUWBESLUIT:   JA of NEE?

Om te bepalen of de begroeide dakopbouw wel of niet onderdeel van het Bouwbesluit is, moeten de volgende vragen gesteld worden.

Vraag:

Als je de begroeide dakopbouw weg haalt, voldoet het bouwwerk dan nog aan het bouwbesluit?

Is het antwoord “JA”.

De begroeide dakopbouw is geen onderdeel van het bouwwerk

Vraag:

Als je de begroeide dakopbouwweg haalt, voldoet het bouwwerk dan nog aan het bouwbesluit?

Is het antwoord “NEE”.

De begroeide dakopbouw moet gezien worden als onderdeel van het bouwwerk.

Als de begroeide dakopbouw vanuit deze overweging niet hoeft te voldoen aan het Bouwbesluit, betekent dit nog niet dat je vrij om te maken wat je wilt. Je hebt altijd nog te maken met de wettelijke aansprakelijkheid volgend het Burgerlijk Wetboek.

Als de begroeide dakopbouw voor één (1) aspect als onderdeel van een bouwwerk moet worden gezien, dan geldt dit voor ALLE aspecten uit het Bouwbesluit waarop de begroeide dakopbouwinvloed heeft, zijnde wind en brand.

WAT BETEKENT DIT?

  1. Indien de begroeide dakopbouw WEL wordt gezien als onderdeel van het bouwwerk dan
  2. is het effect van de drukvereffening (windberekening) mede bepalend door de begroeide dakopbouw en moet ook de begroeide dakopbouw voldoen aan de eisen van brand.
  3. is de begroeide dakopbouw meenemen gekend als ballast voor de (losliggende) dakbedekking, en moet de begroeide dakopbouw voldoen aan de eisen t.a.v. brand.
  4. Indien de begroeide dakopbouw NIET wordt gezien als onderdeel van het bouwwerk dan
    1. mag NIET het gunstige effect in de drukvereffening worden meegenomen in de bepaling van constructieve eigenschappen van het bouwwerk.
    2. Moet privaatrechtelijk worden vastgelegd waaraan een begroeide dakopbouw moet voldoen om een veilig, duurzaam begroeide dakopbouw op het dak rerealiseren. Aspecten als wind en brand spelen hierbij een rol.

In het Bouwbesluit zijn geen aanwijzingen opgenomen voor bouwwerken uit gevoerd met begroeide daken. Wat betreft Normering is nog geen NEN norm beschikbaar voor het begroeide dak, ,maar wordt gewerkt aan een NTA (Nationale Technische Afspraak).

Derhalve is het van belang om een voor de toepassing van een begroeid dak uit te gaan van een bouwwerk dat voldoet aan het Bouwbesluit.

Er wordt met nadruk op gewezen dat de begroeide dakopbouw geen aanvulling is op het gedrag van de bouwconstructie, in relatie tot het Bouwbesluit.

De begroeide dakopbouw levert geen aandeel in bestrijding van de brand (uitbreiding/voortplanting) en dient niet als belasting ter voorkoming van winddrukvereffening.

PRAKTIJK ERVARINGEN

Ervaringen met extensief en intensief begroeide daken hebben aangetoond geen gevaar zijn voor de omgeving gedurende omstandigheden van extreme wind en brand.

Het toepassen van een ‘vegetatievrije’ zone (bv. grindstrook of tegels) langs de randen van het bouwwerk kan in diverse gevallen worden uitgelegd als aandeel in bestrijding van de brand (uitbreiding/voortplanting) en/of ter voorkoming van winddrukvereffening.

Doch dit geldt niet voor alle type daken en gebouwvormen.

BEGROEIDE DAKEN EN DE STORM

Zware stormen, met windkracht 10, kunnen voor veel schade en ongemak zorgen.

Dit wordt in de media uitvoerig belicht.

Daarnaast kunnen deze stormen ook praktische informatie geven over het gedrag en de gevolgen op daken. Zo is naar aanleiding van de stormen in 1990 de SBR uitgave “Lessen uit de storm” verschenen. In deze uitgave is met name antwoord gezocht naar de technische oorzaak en verantwoordelijkheid van schade aan platte daken.

In 1990 in Nederland was de toepassing van begroeide daken zeer beperkt.

REGELGEVING

Vanaf 2008 heeft het toepassen van begroeide daken een hoge vlucht genomen. In het bijzonder door de diverse subsidie regelingen van de overheid en gemeenten die de functionele aspecten, zoals waterbuffering, “urban heat” benadrukte. Ook werd de esthetische uitstraling en groenbeleving ontdekt.

Het moet bekend zijn dat het toepassen van begroeide daken een specialistische uitvoering verlangt.

Daartoe is niet alleen kennis van planten en opbouw gewenst, maar moet ook gekeken worden naar de onderconstructie en de omstandigheden waarin een begroeid dak zich bevind.

Als leidraad geldt het Bouwbesluit met Bouwvoorschriften uit oogpunt van veiligheid en bruikbaarheid.

Daarnaast kunnen aanbevelingen worden gedaan zoals aangegeven in richtlijnen van de VBB.

Het Bouwbesluit geeft aan dat een bouwconstructie gedurende de ontwerplevensduur (duurzaam) bestand is tegen de krachten die op die bouwconstructie werken. De ontwerplevensduur, zoals beschreven in NEN-EN 1990[5], is de periode gedurende welke een constructie of een deel ervan te gebruiken is voor het beoogde doel, rekening houdend met het voorziene onderhoud, maar zonder dat ingrijpend herstel nodig is.

Uitkomsten van windlast berekeningen volgens NEN-EN 1991-1-4 (windbelasting) laat zien dat de opbouwdikte voor een extensief begroeid dak veelal dikker is dan in de praktijk toegepast.

Daarnaast laat de praktijk zien dat deze daken voldoende weerstand bieden tegen de optredende windbelasting van de recente stormen (windkracht 10-11-112).

Dit geldt voor windgebieden, gebouwvorm en hoogte genoemd in de Eurocode.

DILEMMA?

In het kader van normering wordt door de NEN-commissie “begroeide daken” gezocht naar een norm die juist prestaties en de bepalingsmethoden voor die prestaties vastlegt.

In deze norm wordt o.a. het gedrag van wind op begroeide daken behandeld.

Een empirische bepaling zal als methode op zich nooit leiden tot een goede prestatienorm. Daarvoor moet een specifieke meet/rekenmethode voor begroeide daken bepaald worden zodat verschillen tussen toegepaste producten en systemen aangetoond kunnen worden.

Dit komt de ontwikkeling van nieuwe producten en toepassingen ten goede.


ZOMERSE BUIEN en BEGROEIDE DAKEN

OORZAAK

Iedere zomer weer wordt gekenmerkt door korte, flinke buien.

Verkeersoverlast en ondergelopen kelders van gebouwen zijn vaak het gevolg wanneer in stedelijke gebieden het riool de massale aanvoer van een zomerse regenbui nauwelijks of niet kan verwerken.

De oorzaak wordt in de meeste gevallen veroorzaakt door:

  • klimaatverandering; intensiteit en terugkeerperiode van de neerslag
  • ontgroening van oppervlak; toenemende aanleg van gesloten bestrating en bebouwing.
  • samenkomst van meerdere afwaterings- en rioleringssystemen
  • verouderd ontwerp van de bestaande rioleringsystemen waarbij het inzicht in de ontgroening van de oppervlakte ontbrak.

OPLOSSINGEN

Ondanks dat het stagnerende water na verloop van tijd via het riool wordt afgevoerd, hebben de ongemakken reeds plaats gevonden. Dus is voorkomen beter dan genezen.

Er zal er naar oplossingen moeten worden gezocht om de aanvoer naar het riool te verminderen.

Hierbij valt te denken aan:

  1. aanleg van nieuwe eventueel gescheiden rioolsystemen voor de verschillende afvalstromen.
  2. waterbufferende voorzieningen d.m.v. kunstmatige opvangplekken zoals boven en ondergrondse bassins, waterpleinen enz.
  3. watervertragende uitvoering van platte en hellende oppervlakken zoals begroeide daken

Oplossingen richten zich op de lokale overheid (a) en (b) en de gebouweigenaar (c).

BIJDRAGE DOOR BEGROEIDE DAKEN

Door toepassing van een begroeid dak, zowel voor nieuwbouw als renovatie, kan een bijdrage worden geleverd aan de waterhuishouding.

Uit onderzoek[6] is gebleken dat de dikte en samenstelling van substraatsoorten bepalend is voor het watervasthoudend vermogen. De dikte van het substraat oefent invloed uit op de afvoer van het hemelwater in het begroeide dak. Het watervasthoudend vermogen neemt echter niet lineair toe met de dikte. (hoeveelheid water bij 80mm dikte niet is verdubbeld ten opzichte van 40 mm). Het vermogen neemt veel minder snel toe dan de dikte toeneemt.

Met de gegevens vanuit de FLL[7] wordt dit wel aangenomen. De meerwaarde van dikkere daken is dus relatief kleiner voor het watervasthoudend vermogen. Dit is een belangrijke conclusie, omdat dit mede afhankelijk is van de toegepaste substraatsoort.

Er wordt aanbevolen om de methode die de FLL hanteert bij het bepalen van het watervasthoudend vermogen van substraat aan te vullen met dikte afhankelijke metingen. Aangetoond is dat de dikte hierbij een cruciale rol speelt, en dus ook op het afwateringsysteem bij grote hoeveelheden dakoppervlak. Dit kan per seizoen een substantieel verschil uitmaken.

Tabel 1 toont het watervasthoudend vermogen welke betrekking heeft op de plaatsen met een jaarlijkse neerslag van gemiddeld 650-800mm. In regio’s met geringere jaarlijkse hoeveelheden is de waterbuffering groter en in regio’s met grotere jaarlijkse hoeveelheden kleiner.

AfwerkingPlat dak Laagdikte

In cm

Vegetatie type Watervasthoudend vermogen

(jaarlijks gemiddelde in%)

Reductiefactor voor de gemiddelde jaarlijks neerslag ( αa )
2 – 4 Mos – sedum 40% 0,06
>4 – 8 Sedum – mos 45% 0,055
Extensieve >6 – 10 Sedum – kruiden 50% 0,50
dakbegroeiing >10 – 15 Sedum – kruiden grassen 55% 0,45
>15 – 20 Grassen – kruiden 60% 0,40
15 – 20 Gazon – vaste planten

kleine struiken

60% 0,40
Intensieve

dakbegroeiing

>25 – 50 Gazon – vaste planten, struiken 70% 0,30
>50 Gazon – vaste planten

struiken – bomen

90% 0,10
Grindafwerking >5 grindoppervlak 20% 0,80

Tabel1: Watervasthoudend vermogen en reductiefactor voor diverse dakafwerkingen (Bron: FLL)

In afwachting van een Nationale Technische Afspraak (NTA) of Norm (NEN) wordt de laatste uitgave van de FLL dakbegroeiingsrichtlijn te volgen. Hierin zijn opgenomen de aan te houden waarden voor het procentuele jaarlijkse watervasthoudend vermogen bij dak begroeiingen in relatie tot de dikte van de opbouw.

TERMINOLOGIE

Watervasthoudend vermogen – Waterbuffering

Het watervasthoudend vermogen, ook wel het bufferen van water, is de verhouding van het begroeide dak, of een onderdeel daarvan, in waterverzadigde toestand t.o.v. de oorspronkelijke toestand. Ontwerp (vegetatievorm, laagdikte, …), materiaalkeuze (structuur van substraat, type drainage, …) en kwaliteit van de uitvoering resulteert uiteindelijk in een tijdsvertraging en de hoeveelheid af te voeren regenwater. Het watervasthoudend vermogen wordt uitgedrukt in: %.

Waterdoorlatend vermogen – Afvoer – (Drainage)

Het waterdoorlatend vermogen geeft aan per oppervlakte de hoeveelheid water, dat in een verdichte en waterverzadigde toestand door het begroeide dak, of een onderdeel daarvan, wordt afgevoerd. Het waterdoorlatend vermogen is afhankelijk van de weerstand, die het regenwater ondervindt doorheen de laag van het begroeide dak of het totale begroeide dak.

Het waterdoorlatend vermogen wordt uitgedrukt in: l/(s×m).

Vertragingstijd

Met de vertragingstijd wordt bedoeld de tijd die verstrijkt tussen de aanvang van de neerslag en het bereiken van het afvoersysteem. (riolering, oppervlakte water). De vertragingstijd wordt in praktijk enigermate beïnvloed door de omstandigheden (droge opbouw of al verzadigde opbouw) en het waterdoorlatend vermogen.


EXTENSIEF BEGROEIDE DAKEN – VEGETATIE

VEGETATIEMATTEN

Vegetatiemat is een drager waaraan voorgekweekte, goed volgroeide planten zijn vastgegroeid met een bedekkingsgraad van minimaal 85%. Een begroeid dak is vanaf het moment dat de matten worden uitgerold ook echt direct groen en klaar.

Toegepaste vegetatie: sedum, kruiden en grassen (graszode)

PLUGPLANTEN

Plugplanten zijn kleine, compacte plantjes, met een wortelkluit.

Een begroeid dak met plugplanten doet er gemiddeld 3 tot 5 jaar over om hetzelfde resultaat te behalen als een vegetatiemat.

Toegepaste vegetatie: sedum, kruiden en grassen

ZAAIGOED – GRASSEN – KRUIDEN

Omwille van onderhoud wordt gras en zaaigoed het meest toegepast op intensief begroeide daken. Bij gebruik van grassen bij extensief begroeide daken is er sprake van plugplanten en de zwaardere zaden welke het risico tot meespoelen door de regen weerstaan.

SUBSTRAAT

De substraatdikte voor plugplanten is min. 2cm meer dan de wortelhoogte van de plugplant. Hierdoor moet met een minimale substraatlaag 7-8 cm worden gerekend.

De vegetatiemat kan in zijn dikte worden uitgerold (5-6 cm).

Dikte substraat VEGETATIE TYPE
in mm Sedum – Mos Sedum – Mos – Kruiden Sedum – Kruiden – Grassen Grassen – Kruiden
30
25
20
15
10
>5

Fig: Extensief begroeid dak: overzicht substraatdikte

ONDERHOUD

Onderhoud van een begroeid dak betekent: het verwijderen van groeiende onkruiden het eventueel herbeplanten als gevolg van vogelschade, erosie, etc. alsook de controle op dakschades en verstoppingen van de afvoer van het dak.

In aanvang vraagt een begroeid dak met plugplanten regelmatig onderhoud.

Is de vegetatie volgroeid dan volstaat 2x jaar onderhoud met eventueel bemesting.

Bij intensief begroeide daken komt daar het snoeien en bewateren bij.


WIND

Op een (begroeid) dak dient rekening gehouden te worden met de windbelasting. Hevige wind en stormen kunnen leiden tot schade zoals opwaaien (windzuiging) en/of verwaaien (erosie) van vegetatie en/of substraat. Ter voorkoming kan worden gekozen voor een vegetatievrije zone.

Bij een vegetatiemat is de kans op winderosie geringer, doordat het onderliggende substraat geheel bedekt is en ingegroeid.

Bij een dak met plugplanten dient rekening gehouden te worden dat na de installatie het substraat op windgevoelige delen van het dak kan verwaaien.

ENERGIEBESPARING

Verbetering van koelend effect (zomer)

Een begroeid dak draagt bij aan het koelende effect in de zomer. Dit wordt in belangrijke mate veroorzaakt door de schaduwwerking van de planten op de ondergrond. Schaduwwerking vertraagd eveneens de verdamping van water uit de substraat laag.

Verlaging van de oppervlakte temperatuur heeft invloed op het warmtetransport van het buitenoppervlak naar het binnenklimaat. Hoe kleiner het verschil, hoe minder de inzet van koeling wordt gevraagd.

Vermindering van warmteverlies (winter)

De bijdrage van de substraatlaag aan warmteweerstand (Rc-waarde) van de totale dakopbouw is verwaarloosbaar. Indien voldaan moet worden aan de gestelde eisen voor warmte weerstand en/of Energieprestatie van het gebouw is het gebruik van thermische isolatie noodzaak.

Hiervoor komt zowel de uitvoering als warmdak of omgekeerd dak in aanmerking.


ZONNEPANELEN (algemeen)

Ondergrond en dakconstructie

  • Het dak moet voldoen aan de geldende wettelijke en lokale eisen
  • Geïnstalleerde zonnepanelen dienen bestand te zijn tegen lokale weersomstandigheden en ontworpen met inachtneming van NEN EN 7250
  • Houd rekening houden met de aansluiting van kabels naar de omvormer. Zorg voor een waterdichte dakdoorvoering.

Optimale afstand

Bij het opstellen van zonnepanelen op het dak, dient men vooraf goed te kijken of er geen objecten zijn die schaduw veroorzaken op de zonnepanelen. Voor platte daken geld dat wanneer de rijen zonnepanelen op te dicht op elkaar staan, deze op elkaar een schaduw geven. Hierdoor neemt de energieopbrengst af. Als ze echter te ver van elkaar af zijn geplaatst, wordt onvoldoende gebruik gemaakt van de beschikbare oppervlakte en neemt ook de energieopbrengst af

Deze afstand lijkt misschien wat lang, maar is essentieel voor een goede opbrengst bij een laagstaande winterzon.

Optimale afstand tussen zonnepanelen (A) is afhankelijk van hellingshoek(α), lengte zonnepaneel (Lp) De invalshoek (β) van de zon verschilt per geografische breedtegraad[8] van de installatie.

?=,(??• ???(???º−(?+?)-????.             ?=?−??•????

Fig 1: optimale afstand zonnepanelen

Vuistregel voor de onderlinge afstand (A) bij een hellingshoek (α):

α 15º 20º 25º 30º
A / Lp 2,0º 2,3 2,6 2,9

Invloed van schaduw op de energieopbrengst.

Schaduw op de zonnepanelen resulteert in een lagere energieopbrengst. Schaduw wordt veroorzaakt door o.a. omliggende gebouwen vegetatie of een kleinere afstand dan de optimale berekende afstand.

Werkelijke afstand t.o.v. berekende afstand (A) 100% 95% 90% 80% 70%
Energieopbrengst

bij 2 rijen waarbij de 2e rij in de schaduw komt

100% 99% 98% 96% 94%

ZONNEPANELEN OP HET BEGROEIDE DAK

Een extensief begroeid dak biedt de mogelijkheid om zonnepanelen te plaatsen. Bij een goede uitvoering heeft de verminderde oppervlaktetemperatuur van het dak, als gevolg van begroeiing, een gunstige invloed op het functioneren van zonnepanelen (rendement van de zonnepanelen).

AANDACHTSPUNTEN

Algemeen

  • De minimale afstand tussen de onderkant van het zonnepaneel en de oppervlakte van het substraat is 35 cm.
  • Het substraat aanbrengen over het volledige dakvlak dus ook onder de zonnepanelen

Substraat:

  • Substraatdikte is minimaal 7 cm en maximaal 15cm
  • Turf wordt als substraat niet toegestaan.
  • Bemesting is onder panelen moeilijk realiseerbaar (keuze vegetatie))
  • Begroeid dak moet voldoen aan de geldende wettelijke en lokale eisen

Vegetatie:

  • Vegetatie dient afgestemd te zijn op de dikte van het aanwezige substraat
  • Bij een vegetatiemat is de kans op winderosie geringer, doordat het onderliggende substraat geheel bedekt is en ingegroeid.
  • Bij een dak met plugplanten dient rekening gehouden te worden dat na de installatie het substraat op windgevoelige delen van het dak kan verwaaien.

ONDERHOUD

Volg voor onderhoud aan zonnepanelen de aanwijzingen van de leverancier/producent.

Voorkom dat schoonmaakmiddelen in kontact komen met de vegetatie.

ENERGIEBESPARING

Verbetering van koelend effect (zomer)

Een begroeid dak draagt bij aan het koelende effect in de zomer. Dit wordt in belangrijke mate veroorzaakt door de schaduwwerking van de planten op de ondergrond. Verlaging van de oppervlakte temperatuur heeft invloed op het warmtetransport van het buitenoppervlak naar het binnenklimaat. Hoe kleiner het verschil, hoe minder de inzet van koeling wordt gevraagd.

Vermindering van warmteverlies (winter)

De bijdrage van de substraatlaag aan warmteweerstand (Rc-waarde) van de totale dakopbouw is verwaarloosbaar. Indien voldaan moet worden aan de gestelde eisen voor warmte weerstand en/of Energieprestatie van het gebouw is het gebruik van thermische isolatie noodzaak.

Hiervoor komt zowel de uitvoering als warmdak of omgekeerd dak in aanmerking.


Een REGENTON en een BEGROIEID DAK

Wateroverlast door hevige zomerse bui

Korte hevige buien, met name in de zomer, bezorgen veel gemeenten overlast.

Parken, tuinen, sloten, vijvers dienen van oudsher als natuurlijke regenwaterberging en waterafvoer.

Door de dichtheid van bebouwing en de opkomst van bestrating in tuinen is de afvoercapaciteit van veel bestaande rioleringssystemen te gering gebleken.

De piek, grote hoeveelheid wateraanvoer in korte tijd, is na een zomerse bui nauwelijks te verwerken door de oude rioleringssystemen. Aanpassing of vervangen van het rioleringssysteem lijkt de oplossing.

Oplossing

De oplossing van het probleem ligt bij het beheersen van de aanvoer naar het rioleringssysteem.

Indien de aanvoer meer gelijkmatig in tijd verdeeld kan worden is de capaciteit van het rioleringssysteem wellicht voldoende.

In enkele gemeenten wordt daarom gesproken om per perceel de afvoer van het regenwater beter te beheren. Een radicale oplossing is het afkoppelen van de regenpijp op het riool en het hemelwater op te vangen in een eigen regenton, een wateropvang tank.

Het opgevangen regenwater kan dan ook nog zinvol worden ingezet bv. Om de tuin te bewateren.

Een andere oplossing is voor gebouwen met een plat of licht hellend dak het toepassen van een begroeid dak. Veel gemeenten promoten deze toepassing met subsidie.

De doorloop van het regenwater wordt eerst gedeeltelijk opgeslagen in de substraatlaag en/of drainagelaag en vervolgens afgevoerd.

Door deze vertraging valt de toevoer naar het rioleringssysteem niet gelijk met de toevoer van de bestrating.

Een bijkomend voordeel van een begroeid dak tijdens de zomer levert de schaduw van de begroeiing. De temperatuur op het dakoppervlak is aanzienlijk lager dan die van een niet begroeid dak.

Hierdoor is het verschil in temperatuur tussen binnenruimte en dakoppervlak geringer.

Het gebruik van een airco kan lager zijn.

([1]) In deze tabel zijn de lambda waarden van de meest gangbare type producten vermeld. Hierbij is geen rekening gehouden met eventuele correctiefactoren als het gevolg van gebruikte bevestigingmiddelen.

([2]) XPS onderscheid naar type en celinhoud

([3]) In deze tabel zijn de lambda waarden van de meest gangbare type producten vermeld. Hierbij is geen rekening gehouden met eventuele correctiefactoren als het gevolg van gebruikte bevestigingmiddelen.

([4]) XPS onderscheid naar type en celinhoud

[5] NEN-EN 1990 verwijst voor de verdere specificatie van de verschillende belastingsoorten door naar Eurocodereeks NEN-EN 1991 (resp. NEN-EN 1991-1-1 tot en met 1991-1-7).

[6] B.R. van der Horst – T.J. Mos: De invloed van begroeide daken op afwateringssystemen (2013);

[7] FLL – Forschungsgesellschaft Landschaftsentwicklung Landschaftbau e.V.

[8] Indicatie breedtegraad: Groningen 53,12º – Amsterdam 52,13º – Rotterdam 51,55º – Maastricht 50,90º)

Type dakbegroening Beplanting Substraat dikte R-waarde (substraat + onderbouw)
Extensief mos-sedum van 35 mm  35 mm opbouw
R=0,06 m²K/W
sedum
sedum-kruiden tot ~150 mm  150 mm opbouw
R=0,25 m²K/W
siergras-kruiden
Begroeid dak

type

Isolatie toepassing Isolatie type λD ([1]) indicatie voor

R-waarde

(per 100mm plaatdikte)

Extensief

begroeide dak

Warm-dak EPS hardschuim 0.037 W/mK 2,75 m²K/W
PUR hardschuim 0,028 W/mK 3,57 m²K/W
PIR hardschuim 0,023 W/mK 4,35 m²K/W
Steenwol 0,040 W/mK 2,50 m²K/W
Omgekeerd dak XPS ([2]) hardschuim 0,029 W/mK 3,50 m²K/W
0,035 W/mK 2,85 m²K/W

([1]) In deze tabel zijn de lambda waarden van de meest gangbare type producten vermeld. Hierbij is geen rekening gehouden met eventuele correctiefactoren als het gevolg van gebruikte bevestigingmiddelen.

([2]) XPS onderscheid naar type en celinhoud